Van opblaaskrokodillen tot vallende kast

Dromen. Ik doe het regelmatig. En dan doel ik niet op dromen in de zin van: ik zou dit of dit graag willen, dat is echt een droom van mij. Nee. Ik bedoel de verzinsels/gedachtespinsels (wat is een synoniem voor dromen?) die tijdens mijn slaap door mijn hoofd spoken.

Dromen zijn iets ontastbaars, zijn ongrijpbaar en kunnen van alles zijn. Bij mij dan tenminste. Ik droom regelmatig de raarste dingen en kan die vaak de volgende ochtend nog goed herinneren. Ik vind het interessante materie.

Want wat zijn dromen? Kunnen ze voorspellen? Of zijn ze ‘gewoon’ een verwerking van wat je op een dag meemaakt of waar je mee bezig bent in je hoofd? Een snelle Google-zoektocht levert geen duidelijk antwoord op, dat antwoord is er namelijk ook (nog) niet.

Mijn dromen variëren van me ergeren aan twee luidruchtige jongens in de bioscoop met een moeder naast hen die er niks van zegt, tot bang zijn dat zwemmers opgegeten worden door krokodillen, die dan opeens in opblaaskrokodillen veranderen. Bijzonder. Al zeg ik het zelf. Dat van de bios is iets waar ik me in het dagelijkse leven ook aan kan ergeren, maar waar die transformatie van die krokodillen dan vandaan komt?

Een droom die ik me nog goed kan herinneren, is er een bestaande uit twee delen. In deel een zit ik naast een man (geen idee wie) in de auto op de snelweg. De hele snelweg is leeg totdat ik in de verte een auto stil zie staan op de linkerbaan. Wij rijden vrij hard op die linkerbaan. Ik zeg: ‘Kijk daar staat een auto stil’. De bestuurder blijft stoïcijns links rijden. Ik nog een keer: ‘Gast, die auto staat stil’. Geen reactie. Ik denk: ‘Oké, ik ga nu dood’. Ik doe mijn ogen dicht en wacht op de klap. Alles is op een gegeven moment stil en dan zit ik opeens in een volgende droom.

Ik sta in een veld dat omheind is door gordijnen. Ik ben op de vlucht voor Aureliano Adami, Alberto ‘Spadino’ Anacleti en Gabriele ‘Lele’ Marchilli. De drie hoofdrolspelers uit de Italiaanse maffiaserie Suburra. Een serie die ik toen keek. Ik vind een opening in de gordijnen, kom een jongen tegen, maar die wil mij niet helpen. Dan beland ik bij een sporthal waar ze aan het badmintonnen zijn (de sport die ik speel) en tref daar een jongen (die wel heel erg lijkt op een acteur uit GTST) die me wel wil helpen. Samen bedenken we een plan om de mannen van ons af te schudden. En dan word ik wakker…

Deze droom was nieuw, maar ik heb ook al een paar keer hetzelfde gedroomd. Soms droom ik ook over bekende mensen, mensen die ik helemaal niet ken, maar die ik toevallig diezelfde dag tegenkwam in bijvoorbeeld de supermarkt en soms over mensen aan wie ik juist niet meer wil denken. Het schijnt ook zo te zijn dat je niet kan dromen over mensen die je nog nooit hebt gezien. Je slaaphoofd kan in die zin geen mensen ‘creëren’.

Dromen doe ik ook niet alleen liggend. Ik ben weleens staand naast mijn bed wakker geworden omdat ik dacht dat er een kast op mij zou vallen. Daar stond ik dan, met mijn armen vooruit gestrekt een denkbeeldige kast tegen te houden…

Of die keer dat ik dacht dat het tijd was om naar school te gaan. Ik had me aangekleed, tandengepoetst en stond op het punt om te gaan ontbijten, toen mijn moeder uit haar slaapkamer kwam en aan mij vroeg: ‘Mieke, wat doe je?’ Ik: ‘Ik ga naar school’. Mijn moeder: ‘Om 4 uur ’s nachts?’ Dat is raar wakker worden dan, kan ik je vertellen. Alsof iemand je weer terug in de realiteit brengt. Dat eerste uur biologie op die bewuste maandagochtend, was een vermoeiende.

In een doos met spullen bij mijn ouders op zolder vond ik onlangs een dromenvanger. Die hing altijd in mijn slaapkamer. De symboliek erachter (dat-ie ‘slechte’ dromen tegenhoudt) vind ik mooi, maar werken deed-ie niet. Niet bij mij.

Zo droomde ik namelijk een keer dat er allemaal grote zwarte harige spinnen over mijn dekbed liepen. In paniek trapte ik ook daadwerkelijk de dekens van mij af en werd ik wakker met hartslag 320. Ik moest echt even tegen mezelf zeggen: ‘Het was maar een droom, er zijn geen spinnen’, voordat ik mijn dekbed weer op mijn bed durfde te leggen. Ja, ik maak heel wat mee ’s nachts.

Het schijnt dat je kan ‘trainen’ zodat je zelf kan bepalen wat je droomt. Zogenaamde lucide dromen zijn dat. Dat lijkt me aan de ene kant leuk, ik heb bijvoorbeeld nog nooit gevlogen in mijn droom, maar ik zou het toch niet willen. De onvoorspelbaarheid van dromen vind ik te leuk. Het is elke keer weer een verrassing welke scènes zich ’s nachts in mijn hoofd afspelen. Je zou er een boek over kunnen schrijven, of een blog.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *