58, 20, 36, 62, 14

‘Hé Ria, ga je nog mee naar de bingo?’ ‘Even wachten Gerda, mijn rollator heeft een lekke band.’ Dit was het beeld dat ik in mijn hoofd had als ik aan bingo dacht. Twee ouderen op weg om samen gezellig in de grote recreatiezaal van hun bejaardentehuis nummers te gaan wegstrepen. Dit beeld is ondertussen veranderd.

Vorige week was ik namelijk zelf een bingoënd mens. Samen met een vriendin zat ik in Brownies&downieS Heerenveen met vijf bingokaarten klaar om een prijs in de wacht te slepen.

En die prijzen waren niet de minste. Kaartjes voor een voetbalwedstrijd, flessen wijn, een koffiepakket. Niet van die flutprijzen die ik als kind op de kermis won met touwtje trekken, wat ik toch onbewust had verwacht.

Het ging er ook best fanatiek aan toe. Vrouwen (mannen waren zeldzaam deze bewuste bingoavond) die met heuse bingostempels hun nummers wegstempelen, geconcentreerd bezig zijn en om herhaling van het nummer vragen als ze het niet goed hebben verstaan.

Maar ook werd de opmerking gemaakt dat gaan voor het buitenste vierkantje (dus b verticaal, onderste rij, i verticaal en bovenste rij) geheid een volle kaart oplevert. En terecht. De vrouw met bingo had niet alleen het buitenste vierkantje, maar ook een volle kaart en de ronde was daarmee gelijk afgelopen. Dit leverde wel een extra rondje bingoën op, omdat nu een prijs nog niet vergeven was.

Ik merkte bij mezelf ook enige vorm van fanatisme, maar dat heb ik eigenlijk bij bijna elk spelletje wel. Al is dit spelletje toch wel wat anders. Je wilt winnen, maar kunt eigenlijk niet winnen omdat het totaal willekeurig is. Je moet echt geluk hebben. Ik was bijvoorbeeld een 57 verwijderd van een mega flamingoluchtbed. En het steekt ook wel een beetje als iemand twee keer bingo heeft en jij nul keer of elke keer nét niet…

Het was niet de eerste bingo waaraan ik meedeed. Ik speelde het weleens op kinderfeestjes en als kind heb ik ooit met mijn vader meegedaan aan een bingo op een camping in Valkenburg. Hoofdprijs: een mountainbike. Mijn vader zei toen we erheen liepen: ‘Ik fiets terug.’

De ronde waarin de hoofdprijs eruit ging, kan ik me nog goed herinneren. Het duurde lang voordat iemand een volle kaart had. Het werd dan ook steeds stiller, je kon een speld horen vallen in de recreatiezaal en naarmate er minder balletjes in de bingomolen zaten, steeg de spanning. Mijn vader en ik liepen die avond beiden naar de stacaravan.

Bingo is best populair. Volgens mij organiseert bijna elk dorpsfeest in Friesland er wel een en ik heb ook wel verhalen gehoord dat mensen bij bepaalde bingo’s aan de deur geweigerd werden omdat de zaal vol zat. De mensen staan soms in rijen buiten te wachten. En dat zijn echt niet alleen bejaarden.

Ik denk niet dat ik de enige ben die bij bingo aan bejaarden denkt/dacht. Bingo heeft dat imago denk ik, omdat het spelletje nou eenmaal gewoon veel wordt gespeeld in bejaardentehuizen. Het is een simpel spelletje, je hebt er niet veel voor nodig en het kraakt je hersenen een beetje (helemaal als je met meerdere kaarten tegelijk speelt).

Bingo is leuk. Voor nu en voor later.

2 thoughts on “58, 20, 36, 62, 14

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *