Het hartje in de koffie

Voor collega’s koffiehalende collega: ‘Ik hoef nog maar één kopje hoor, ben zo klaar.’ Ik: ‘Rustig aan.’ Dit is zo maar een gesprekje bij de koffieautomaat op kantoor. Een gesprekje van twee zinnen inderdaad. Maar hoe kort ook, die gesprekjes en gesprekken, want die had ik ook, mis ik nu best wel.

Laat ik voorop stellen dat ik natuurlijk begrijp waarom thuiswerken in deze tijd beter is, ik kan mijn werk gelukkig ook prima thuis doen, en dat mijn ‘gemis’ van het kantoorkoffieautomaatmomentje natuurlijk in het niet valt bij alle corona-ellende.

Maar goed, dat praatje bij de ‘bruine goud’ producerende machine mis ik wel. Het waren namelijk niet alleen gesprekjes over koetjes en kalfjes en over dat het soms best lang duurt voordat het bekertje of de mok met koffie is gevuld. Nee, het was bijvoorbeeld ook een manier om de voor mij nog onbekende collega’s beter te leren kennen en zij mij.

Dat ging ook soms heel simpel. Een complimentje over een mooie jas van een collega leverde mij een volgend koffiehaalmoment een complimentje over mijn trui op. En tijdens de derde koffieontmoeting hadden we een gesprek over hoe ik op de redactie terecht was gekomen en wat ik graag wilde.

Ik vond het mooi om te merken hoe zoiets dan kan groeien. En zo ken ik wel meer voorbeelden waarbij het eerst gewoon ‘hoi’ en ‘hoi’ was bij de automaat en dat het later zinnen met meer woorden werden.

Maar die koffieautomaat, waar ik eigenlijk alleen maar heet water, chocolademelk met espresso of café au lait uit haal, heeft ook aardig wat analyses van Expeditie Robinson en Wie Is De Mol? opgevangen. Van dat laatste programma zat ik met een aantal collega’s in een pool. Vanaf aflevering twee of drie begonnen we met noteren wie wie verdacht. Ik zat vanaf aflevering twee of drie op Rob, een andere collega wist vanaf minuut 1 dat het Nathan was en weer een andere collega wisselde elke week van Molverdachte.

Wie het laatste seizoen heeft gevolgd, weet wie gelijk had. En voor degene die het niet hebben gezien: IK. Ik had het gewoon goed. En heb ik mijn collega’s, die mij in het begin erg sceptisch aankeken: ‘Want Rob was het echt niet’, face-to-face: ‘Ik zei het toch’ kunnen zeggen? Nee. Want toen kwam corona net om de hoek kijken.

Ik heb het natuurlijk wel op een andere manier laten weten dat ik gewoon al die tijd gelijk had, maar ik had wel graag de van Nathan overtuigde collega dit persoonlijk ook nog even willen vertellen.

Rond een uur of 15.00 was het altijd tijd voor koffieautomaatvulman om zijn intrede te maken. Dan kwam hij aanlopen met zijn grote kar vol koffie-ingrediënten. Hij was ook nooit te beroerd om vragen te beantwoorden. Zo vroeg ik me af wat voor suiker er in de automaat zit, want alles komt er vloeibaar uit en suiker heeft vaak een vaste vorm.

Wat bleek; het was gewoon kristalsuiker, alleen omdat het er vaak gemengd met de hete melk uit komt, komt het er een soort van vloeibaar uit. Hij liet me dit proces zien en zo was ook deze brandende vraag weer opgelost.

De volgende keer toen ik de beste man trof, vroeg hij: ‘Jij wilde toch weten wat voor suiker erin zat? Waarom eigenlijk?’ Ja, waarom wilde ik dat weten? Ik denk omdat ik nieuwsgierig ben en me soms dit soort dingen, hoe onbenullig misschien ook, afvraag. Koffieautomaatvulman liet me nog een keer de route zien die de suiker aflegt in de automaat en zei: ‘Als je nog meer vragen hebt, mag je die altijd stellen.’

Als ik naar de koffieautomaat liep, om voor mezelf wat te halen of ook voor collega’s, dan zei ik altijd ‘hoi’ als er iemand stond te wachten op koffie. Om ongemakkelijke situaties te voorkomen. De meest verrassende reactie die ik ooit op zo’n ‘hoi’ heb gekregen, was: ‘Ja, ik probeer altijd het kopje zo neer te zetten, dat er een hartje in het koffieschuim komt.’

Dat is dus blijkbaar mogelijk. Zelf nooit op kantoor geprobeerd overigens, maar de man die dit probeerde, was het wel al een aantal keer gelukt. Deze keer had hij minder geluk. ‘Hmm, lijkt er niet echt op. Volgende keer beter.’

Het zijn van die kleine dingen, die mij vrolijk kunnen maken. Zelf heb ik thuis maar geprobeerd om een hartje in mijn latte macchiato te creëren. Op de foto boven deze blog zie je het resultaat.

Wanneer en of ik weer een keer de koffieautomaat op kantoor kan gebruiken, is de vraag. En of dat dan ook samen met collega’s mag, is ook maar de vraag. Het apparaat zal momenteel een hoop rust ervaren. Mijn eigen koffiezetapparaat daarentegen, een paar jaar geleden gekregen bij een kerstboom, weet niet wat ‘m overkomt.

En ook al heb ik thuis erg lekkere koffie, ik zou graag weer eens een ‘bakkie’ op kantoor willen drinken met collega’s. ‘Even koffie doen’, is namelijk meer dan alleen koffie halen. Eens zien wie het mooiste hartje in zijn of haar koffie kan krijgen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *